Posted on

Hoe geniet je optimaal van je (geur) kaarsen: tips en tricks

Eerst en vooral is het belangrijk om een gezellig plekje uit te kiezen waar je je kaars goed kan zien dit is zowel gezellig maar ook veilig (tip nummer 1: laat een kaars nooit branden zonder toezicht, een ongeluk is snel gebeurd).

Wanneer je de locatie van je kaars bepaald hebt, kies je een niet brandbare onderzetter of schaaltje waar je de kaars opzet. Dit doe je best voor het geval er was zou lekken. Met een schoteltje eronder zijn je meubels beschermd. Mocht je een druppel was morsen is dat geen probleem. Doordat onze kaarsen van 100% plantaardige was gemaakt zijn kan je dit zeer gemakkelijk opkuisen met warm water en zeep. (tip nummer 2: plaats een kaars op een onbrandbaar oppervlak)

Nu dat je een plaats gekozen hebt en een onderzetter ter bescherming van je meubels kan de pret beginnen. Je kan de kaars gaan aansteken. Wanneer de kaars brandt zal het bovenste oppervlak smelten. Het doel is om de was zo gelijkmatig mogelijk te doen smelten, ook wel poolen genoemd. Om dit te bekomen moet je de kaars lang genoeg laten branden zodat de kaars een groot genoeg oppervlakte kan doen smelten. Let wel, een kaars mag je nooit langer dan 4 uur laten branden. Concreet, bij onze kaarsen in potjes wil je de kaars lang genoeg laten branden zodat de gehele bovenste oppervlakte smelt. Zo zal al je was mooi opbranden en heb je de kaar optimaal benut. (wat aan de rand blijft plakken is verloren en dit is echt zonde). (Tip nummer 3: steek een kaars enkel aan wanneer je van plan bent voor toch wel 2 uur thuis te blijven om de pool groot genoeg te laten worden). Bij vrijstaande kaarsen ligt dit enig sinds anders. Hier wil je niet dat het ganse oppervlak smelt want dan gaat je kaars uiteraard lekken. Het doel hier is om je kaars lang genoeg te laten branden zodat je de was smelt tot ongeveer een halve centimeter van de rand. Wanneer je dit bereikt hebt, blaas je de kaars uit en laat je ze drogen. De volgende keer dat je de kaars aansteekt zal de pool niet groter worden dan de pool die je bij de eerste branding gecreëerd hebt (tenzij je de kaars extreem lang zou laten branden.) Als je de kaars niet lang genoeg laat branden en je dus maar een kleine pool creëert zal je kaars zo naar beneden branden, ook wel tunnelen genoemd. Dit is echt zonde want wanneer je kaars is opgebrand blijf je achter met een dikke rand was waar je niets meer mee kan doen.

Wanneer je kaars voor enige tijd gebrand heeft en je de kaars hebt uit geblazen laat je de kaars gewoon staan en de was zal na enkele uren terug opdrogen. Je neemt de kaars best niet vast omdat ze uiteraard warm is en omdat de warmte de was zachter maakt. Als je dan in de was nijpt zal je kaars instorten. (tip nummer 4: verplaats nooit een brandende kaars of een kaars die net gebrand heeft).

De volgende keer dat je je kaars aansteekt kijk je best eerst de wiek na. Als je wiek erg lang is of er hangen bolvormige verkoolde deeltjes op dan doe je die er best af voordat je ze opnieuw brandt. Voor onze kaarsen met houten wieken zal je de wiek als ze te hoog boven de was uitsteekt (meer dan 1cm) moeten korter knippen. Dit omdat de top van de lont verkoold hout is geworden en dit brandt niet goed. Maar let op: je lont mag niet korter zijn dan 1 cm (anders zal de vlam niet groot genoeg worden). Hoe knip je de lont vraag je je misschien af? Simpel, ofwel met een schaar ofwel duw je de verkoolde puntjes er gewoon af met je vinger. (tip nummer 5: controleer de lengte van de wiek voordat je ze aansteekt).

Nog enkele tips de we je willen meegeven:

  • Plaats een brandende kaars nooit in de buurt van kinderen en dieren.
  • Doe het kartonnen bandje eraf voordat je de kaars aansteekt dit is brandbaar.
  • Decoratieve elementen zijn brandbaar, let hiervoor op.
  • Plaats kaarsen minimaal 10 cm. uit elkaar. Kaarsen die te dicht bij elkaar staan verhitten elkaar onderling, waardoor ze kunnen gaan druipen.
  • Blaas de kaars uit als deze nog maar 1 cm van de bodem verwijderd is. Door de warmte ontwikkeling kan het glas anders springen.
  • Doof een kaars nooit met water! Doof de kaars bij voorkeur met een kaarsen dover. Dit voorkomt spatten kaarsvet op tafellaken, kleding, e.d. Als u geen kaarsen dover hebt, blaas dan voorzichtig en houdt uw hand achter de vlam.